Aandoeningen

Pijn: hoe wordt ze behandeld?

Pijn werd lange tijd onderschat door de artsen. Vandaag wordt er heel wat onderzoek naar gedaan en bestaat er een gerichte aanpak. Welke soorten pijn bestaan er? Hoe wordt pijn behandeld? Een korte kennismaking.

Er bestaat meer dan één vorm van pijn

Pijn is altijd onaangenaam en soms zelfs ondraaglijk. Maar niet alle pijn is gelijk. We onderscheiden drie categorieën van pijn: 

  • Nociceptieve pijn: dat is de meest voorkomende vorm van pijn. Ze is een reactie van het lichaam op iets abnormaals. Het gaat bijvoorbeeld om pijn die wordt veroorzaakt door een snee, een breuk, een brandwonde, een slag, een ontsteking enz.
  • Neuropathische pijn: deze pijn is pathologisch en wordt veroorzaakt door een aantasting van het zenuwstelsel (zoals multiple sclerose, zenuwbeschadiging door diabetes enz.).
  • Disfunctionele pijn: is pathologische pijn zonder aanwijsbare oorzaak.

Acuut of chronisch?

De verschillende vormen van pijn kunnen acuut of chronisch zijn.

  • Acute pijn duurt hooguit zes weken. Het is een waarschuwingssignaal voor het lichaam. Als de oorzaak behandeld is, gaat de pijn weg.
  • Subacute pijn duurt drie tot zes maanden.
  • We spreken van chronische pijn als de pijn langer dan zes maanden aanhoudt. De pijn is dan niet langer een waarschuwingssignaal, maar houdt zichzelf in stand en kan een psychische impact hebben (depressie enz.).

Welke geneesmiddelen bestaan er tegen pijn?

Er bestaat een breed gamma van geneesmiddelen om pijn te verzachten. Afhankelijk van de intensiteit van de pijn kunnen er verschillende klassen van pijnstillers worden voorgeschreven. Over het algemeen begint de behandeling altijd met lichte pijnstillers. Bij onvoldoende pijnstilling kan de arts sterkere pijnstillers voorschrijven.

Pijnbestrijding in stappen

Bij de behandeling van pijn maakt men gebruik van een pijnladder. Die bestaat uit drie treden die worden bepaald door de sterkte van de medicijnen en de bijwerkingen:

  • Stap 1: voor lichte tot matige pijn (hoofdpijn, menstruatiepijn, spierpijn enz.) gebruikt men paracetamol en niet-steroïdale ontstekingsremmers (zoals aspirine en ibuprofen).
  • Stap 2: voor matige tot zware pijn die niet verdwijnt met de medicijnen van stap 1, gebruikt men een zwakwerkend opioïd (codeïne of tramadol).
  • Stap 3: intense pijn (pijn bij kanker, postoperatieve pijn enz.) wordt behandeld met een sterk werkend opioïd zoals morfine.

Er bestaan ook andere groepen van geneesmiddelen die niet in dit stappenplan zijn opgenomen en die nuttig kunnen zijn voor bepaalde vormen van neuropathische en disfunctionele pijn, zoals bepaalde antidepressiva en medicijnen tegen epilepsie. Het beginsel van de ‘stappen’ is dus relatief.

Chronische pijn wordt behandeld via een multidisciplinaire aanpak. Dit betekent dat pijnstillers worden aangevuld met andere technieken (ergotherapie, hypnose, kinesitherapie, relaxatie enz.) om de patiënt te leren ‘leven met’ de pijn.

 

Dit artikel kwam tot stand met de medewerking van dr. Anne Berquin, arts in het pijncentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc

***sources***
Belgisch Pijninstituut UPSA. http://www.institut-upsa-douleur.org/patients/comprendre-douleur/mecanismes-de-la-douleur